ChatGPT vertaalt slecht

Hoe staat het nu, augustus 2025, met ChatGPT en zijn vertaalvermogen? Haalt de ogenschijnlijk bezielde machine al mijn Bomans-test? Nee, er komen nog steeds bijzonder vreemde fouten voor, al stijgt de grammaticale kwaliteit. Om het zogenaamde vertaalwerk te typeren: het resultaat van een overspannen, babbelzieke middelbareschoolleerling. Hij stuift door het woordenboek, grasduint wat op internet, en blijkt dan toch nog wat te moeten leren.

Het resultaat is onzorgvuldig en ongeconcentreerd. Al wordt het beter, er blijven verkeerde vertalingen voorkomen dankzij gebrekkig cultureel weten. Eenvoudig te vermijden grammaticafouten blijven voorkomen. En daarbij blijkt Chat ook nog eens oeverloos te leuteren, te kwekken in overdreven onderdanigheid. Als een mens van vlees en bloed zulk merkwaardig gedrag vertoont, moet hij naar de psychiater.

Afijn, ter zake! De Bomans-test is mijn test waarbij je een onvertaalde Bomans-tekst die niet op het internet ronddwaalt (afkijken is niet toegestaan) door ChatGPT haalt. Het moet gaan om een tekst van hoog niveau wat vorm en inhoud betreft. Godfried Bomans’ teksten bieden dit. Wat maakt Chat daarvan in het Duits?

Het eerste te vertalen Bomanszinnetje was: “Zo leefden Pa Pinkelman en tante Pollewop tevreden op hun hofje te Haarlem.” Daar maakt Chat van: So lebten Pa Pinkelman und Tante Pollewop zufrieden in ihrem kleinen Hof in Haarlem. Terugvertaald staat daar dat Pa Pinkelman en tante Pollewop leefden in een kleine hofstaat of op een kleine boerderij. Dat is geen “Haarlems hofje”. Hoe om te gaan met zulke culturele eigenaardigheden als Nederlandse hofjes? Chat begrijpt ze in elk geval niet, omdat hem de culturele context ontgaat.

Zo wordt “Christelijk-Historisch” (niet voor niets met hoofdletters) bij Chat: christlich-historisch. Dat is geen intelligente vertaling: geen Duitssprekende zal denken aan de politieke partij die “Christelijk Historische Unie” heette, tenzij hij een grote kennis heeft van de Nederlandse politieke geschiedenis. Voor “Anti-Revolutionair” idem: geen Duitssprekende heeft weet van de Anti-Revolutionaire Partij. Zelfs de meeste Nederlanders zullen tegenwoordig bij de afkorting van deze partij geen idee meer hebben. Nu vertaalt Chat simpelweg: “anti-revolutionär”, wat betekent dat er een partij tegen een revolutie is. De ARP was weliswaar tegen de beginselen en uitkomsten der Franse revolutie, maar zij zwoer vooral trouw aan God, Nederland en Oranje. Dat is voor het Bomans-verhaal van belang. Dat cultureel weten had ik dan meevertaald voor de Duitstalige, bijvoorbeeld: die ARP, die gesetzestreue, streng protestantische Partei.

Enige andere opvallende fouten: van het lieflijke “oudjes” maakt Chat keihard “die Alten”. Daarin komt het goedmoedige, het mild spottende van het verkleinwoord niet over: bij Chat zijn het eenvoudigweg bejaarden of oude mensen, geen ouwe besjes of wonderlijke weduwnaren. Van de zin “ … de regenten waren geen krentenkakkers en keken niet op een dubbeltje” maakt Chat: “ … die Regenten waren keine Geizhälse und achteten nicht auf ein paar Groschen.” Dat is weliswaar goed Duits, maar het woordspel tussen “op een dubbeltje kijken” en “krentenkakker” gaat bij Chat verloren. Het programma signaleert niet dat die twee begrippen inhoudelijk met elkaar verbonden zijn. Uit Chats vertalinkje blijkt weliswaar de gierigheid, maar de woordgrap valt weg. Met “Pfennigfuchser” in plaats van “Geizhals” had de vertaling naar inhoud en vorm parallel gelopen.

En dan de allerfraaiste fout! Chat sticht, in weerwil van de Tachtigjarige Oorlog, een protestants klooster. Chat maakt van “een doopsgezind hofje” in koelen bloede “ein mennonitisches Stift”. Dat kan echt niet: protestanten stichten geen kloosters. Rode streep! Dit is het duidelijkste bewijs van het feit dat deze vertaalmachine zelf geen begrip van de wereld heeft, alle vrolijk bedoelde reacties incluis emoticons ten spijt. Een cultureel ontwikkelde mens had deze fouten niet gemaakt.

Wat kan een vertaler met ChatGPT? Iets, maar Chat is geen levende, intelligente vakman, maar een geavanceerd hulpmiddel. Waarom maakt Chat zulke vreemde fouten? Chat antwoordde zelf daarover: “Computers zoals ik werken op basis van waarschijnlijkheden en voorbeelden, niet op basis van harde grammaticale regels. Daarom missen ze soms zulke consistenties, vooral bij borderline gevallen.” Borderline-gevallen met een streepje graag Chat, je Nederlands is ook niet al te best, dacht ik daarop. Ik sloot af en Chat voegde mij “Een fijne dag” toe, waarachter een emoticon met applaudisserende handen, zoals een scholier die nog niet geleefd heeft. — Kan Chat niet u zeggen?

Dit is een kleine gedachte bij wat nu een serietje over “ChatGPT en vertalen” mag heten. Zie hier voor eerdere gedachten: https://www.emilevanbrakel.nl/2024/12/11/chatgpt-en-godfried-bomans/

Bron:
Bomans, Godfried. De onsterfelijke Pa Pinkelman. Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1953 (derde druk). Hoofdstuk 1: https://www.dbnl.org/tekst/boma001onst02_01/boma001onst02_01_0002.php
(geraadpleegd 14 augustus 2025).

Namen uit WOII in een klik

1942. Het huis in atavistisch-autoritaire stijl staat nu acht jaar. De zware voordeur opent het zicht op de beloperde trap in het midden van de hal. De lambrisering reikt tot de borst. Een Brucknersymfonie in eikenhout. De heer des huizes ontvangt in NSB-uniform. In de zitkamer boven de haard grijnst de Germaanse vuurgod Loki. De dienstbode reikt port aan.

Zo moet het zijn geweest, rond 1942. Zo dacht ik een kort verhaal te beginnen over het  jarendertighuis waarin ik als kind woonde, rond 1990. Maar ik doe het maar niet en al helemaal niet in de vorm waarin ik het had bedacht, want het kiezen voor een verhaal dat half historisch klopt, half fictie is, zorgt maar voor narigheid. Noem ik de naam van die NSB’er?

Als een fictieschrijver of biograaf historische gegevens gebruikt, moeten zij kloppen, wil de auteur zijn tekst verbinden met het “echte” verleden. Een juridische, maar ook ethische rechtvaardiging voor het opvoeren van die bronnen is nodig, net als een degelijke esthetiek. Of het nu gaat om fictie of non-fictie, een schrijver moet een gerechtvaardigd historisch belang voor ogen hebben voor het inzetten van namen. Grofweg is het verschil tussen de fictieschrijver en de non-fictieschrijver de mate van vrijheid in het laveren tussen historische feiten en niet-historische verhaallijnen. Enige vrije invulling ten behoeve van de vertelkunst is in elk genre niet alleen onvermijdelijk maar ook gewenst: een verhaal moet lopen, de bronnen moeten spreken.

En de bronnen spreken nu luider dan ooit dankzij internet en de zoekmachines. Zeker wat namen aangaat. Door de gemakkelijke online ontsluiting van archieven stuiten namen van toen op namen van nu. Is het noemen van bepaalde namen in (deels) fictionele teksten juridisch toegestaan, en zo ja, is het dan ethisch toelaatbaar en esthetisch verdedigbaar? Het invoegen van een werkelijk bestaande achternaam in een verhaal als aanduiding van een held of schurk, of zelfs oorlogsmisdadiger, is niet vrijblijvend: er leven nazaten of bloedverwanten onder dezelfde naam. Toegegeven, het hangt erg van de verhaalintentie af, én, de tijd schept afstand.

Dankzij de zoekmachines wist ik binnen een paar klikken het huis uit mijn jeugd te vinden. Ingegeven was slechts die ene unieke achternaam. Ik lees dat vader lid was van de NSB en Duitsers herbergde. Maar er is meer te lezen: de hele gezinssamenstelling, individuele lotsbeschikkingen. De oudste zonen sneuvelen in Duitse dienst rond hun twintigste. Dat is allemaal met een klik te vinden. In 1990 had ik daarvoor lang moeten zoeken in overlijdensadvertenties, oude kranten, het telefoonboek, almanakken, enz. Misschien had ik in persoon de registers van begraafplaatsen moeten doorzoeken. En nu? Een paar klikken, en het ganse drama verschijnt op het beeldscherm. De familie vlucht naar Duitsland zodra de Amerikanen in aantocht zijn. Dat zij NSB’ers waren, had ik al vernomen. Een vloervondst rond 1990 staaft dit: een “kennisgeving van bijschrijving” van Hfl 6,80 aan de door de bezetter ingestelde Nederlandsche Volksdienst, het maatschappelijk werk voor “Arisch zuiveren”. Het forensisch bewijs in een fictief strafproces ligt voor mij.

Kennis van bijschrijving aan de Nederlandsche Volksdienst.
Kennis van bijschrijving aan de Nederlandsche Volksdienst, 1942.

Die vondst staaft de bekende historische werkelijkheid, net als de namen, voor welker gebruik echter ik in dit geval geen goede reden zie. Ik noem de naam niet, ik noem het dorp niet. Het is daar bekend wie de man was en het opnieuw noemen van zijn naam op internet draagt niets bij aan enige verdieping van enige kennis van belang. Het gaat niet om een nationale NSB-leider, het is geen Mussert. De naam is echter wél uniek; het gaat niet om een De Vries of een Janssen.

Het feit dat er nu jonge mensen onder de betreffende naam leven, stelt gewetensvragen. In Google leidt de achternaam, voorzien van de juiste initialen, rechtstreeks naar deze ene NSB’er, maar ook naar diens bloedverwanten. Zouden deze jonge, nu levende mensen dat oude verhaal van hun overgrootvader of oudoom willen lezen op internet? Is dat niet het oprakelen van een ouwe koe? Zulk oprakelen gebeurt bovendien aanmerkelijk grondiger en sneller én bijtender dan in 1990 dankzij die maar al te goedwerkende zoekmachines. In 1990  duurde het weken. Nu betekent het invoeren van een naam in Google meteen resultaat, binnen klik en oogwenk.

Vorig jaar was het klaarblijkelijk de bedoeling van het Nationaal Archief om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in zijn geheel online doorzoekbaar te maken. Het is daarin geremd door een officiële waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) december 2024, die zich “grote zorgen maakte over de voorgenomen wijze van openbaarmaking.” Deze zorgen waren naast een tekortschietende wettelijke basis, onder andere: “dat de voor eenieder toegankelijke online publicatie met digitale full-text doorzoekbaarheid kan leiden tot forse privacy-inbreuken op nog levende betrokkenen”. Exact het hierboven beschreven pijnpunt.

Waarom de verschillende hoofdrolspelers achter de digitale ontsluiting van het CABR op oorlogvoorderechter.nl (bestuurders, archivarissen, AVG-kundigen, websitebouwers, politici) zich van de snelle en grote gevolgen van een drempelloze openbaring op internet van tevoren geen rekenschap gegeven hebben, ontgaat mij: iedereen ziet in dat een kaartjesarchief niet dezelfde snelheid en hetzelfde gemak heeft als een digitaal document, nog afgezien van de mogelijkheid om de informatie te verspreiden en te vermenigvuldigen.

Zij hadden vooraf kunnen bedenken dat namen op internet ook leiden naar levende mensen, onder wie zeer oude, maar bovendien naar heel jonge. Dat komt door een paar internetbronnen die voorheen niet bestonden. Ten eerste openarchieven.nl met oudere burgerlijkestandgegevens. Toegegeven, er zijn termijnen voor het openbaar maken van burgerlijkestandgegevens: voor overlijdensakten geldt 50 jaar wachten, voor huwelijksakten 75 en voor geboorteakten 100. Maar in de praktijk zijn deze termijnen dikwijls een dode letter dankzij de tweede internetbron: Delpher, het archief voor kranten, met daarin familieberichten over huwelijk, geboorte en overlijden, doorzoekbaar van 1618 tot 2005; de naam kan als zoekterm ingevoerd. Ten derde de vele websites over oorlogsgraven, oorlogsmonumenten, enz. (bijvoorbeeld: oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl). Ten vierde: de sociale media waardoor mensen op achternaam te vinden zijn, mits die naam enigszins uniek is.

Het opmerkelijkste is wel, zo lijkt het tenminste, dat het Nationaal Archief aanvankelijk het uitgangspunt had om het gehele archief in de laatste toestand van bewerking te openbaren. Dat is waarschijnlijk de toestand van 1 januari 1952: op die datum hield de Bijzondere Raad van Cassatie op te bestaan en droeg zijn taken over aan de Hoge Raad. Of dit aanvankelijke uitgangspunt nu voortkwam uit het archivalische beginsel dat men slechts vastlegt en niet verandert, is niet te beoordelen: daarover schrijft oorlogvoorderechter.nl wijselijk niets. Hoever het archief in de toekomst opengaat staat open. Men beraadt zich momenteel.

De stand van zaken (mei 2025) is dat er online slechts namen sec worden vermeld. Voor verdere informatie moet men in persoon naar Den Haag. Er wordt niet meer, zoals in de eerste dagen wel, meteen doorgelinkt naar een online dossier. De aanwezigheid van een naam in het archief betekent uitdrukkelijk niet dat die naam een “foute” Nederlander vertegenwoordigt: het kan een verdachte (en soms veroordeelde) zijn, een getuige, of burger die “op een andere manier in het kaartenbaksysteem is beland”. Bijvoorbeeld omdat meneer X mevrouw Y noemde tegenover de opsporingscommissie, omdat X met Y nog een appeltje te schillen had. En er kan zelfs sprake zijn van een domme fout.

Wil nu een archief met zulke brisante persoonsgegevens in zijn geheel per muisknop doorzoekbaar zijn? Het lijkt een afweging tussen de belangen (van nabestaanden) van slachtoffers en die (van nabestaanden) van daders te zijn. Toch lijkt een inzicht voor het oprapen: maak het niet al te gemakkelijk. Wijs amateuronderzoekers op hun juridische én morele verantwoordelijkheid jegens levenden, onder wie jonge mensen.

De wijze waarop een archiefonderzoeker de informatie verkrijgt, speelt een rol in de snelheid en vermenigvuldigbaarheid: het kost aanmerkelijk minder tijd om digitaal informatie te kopiëren en te verspreiden dan om alles met een potloodje over te schrijven. Na de juridische vragen wachten de geschiedkundige en letterkundige vragen met betrekking tot het doel van het onderzoek. Besluit de onderzoeker-schrijver om historische, echte achternamen te publiceren?

De meeste amateuronderzoekers zullen niet willen publiceren. Hun staan private doeleinden voor ogen, zoals uitsluitsel over vermeend dader- of slachtofferschap. Zulke doeleinden zijn uiteraard legitiem en het geschiedenisonderzoek boekt er voortgang mee. De fouten uit het papieren archief moeten bijgevolg in het online archief verbeterd kunnen worden. Weliswaar is een aanklikbare ontsluiting gewenst, maar zij houdt niet noodzakelijkerwijs in dat het archief in de tijd stolt. In 1952 was het immers ook niet de bedoeling om de stand van zaken te bevriezen, laat staan dat er toen gedacht is aan publicatie en al helemaal niet aan een ontsluiting via internet.

Het zou goed zijn om het tastbare, papieren archief te bewaren als terugvalbasis, waarop het internetarchief verder op- en uitgebouwd kan worden, binnen de geldende beperkingen der Algemene Verordening Gegevensbescherming, met inachtneming van de wettelijke termijnen voor publicatie. Fouten kunnen bij het begin meteen en later ook gaandeweg hersteld worden, onder toezicht van een vaste commissie. Overigens is te hopen dat de papieren archieven bewaard blijven: menig instituut heeft in het verleden zijn papieren weggegooid, want “digitaal is het helemaal”. Helemaal niet dus. Maar dit terzijde.

Tot zover het recht, en dan nu het geweten met betrekking tot het nageslacht van daders of slachtoffers. Internet vergeet slecht: er hoeft er maar eentje een kopietje te trekken en … Dat vraagt om een leidraad hoe om te gaan met bepaalde unieke, weinig voorkomende namen, waaronder nog mensen leven. Wat te doen met oude verhaaltjes die geheel wel of half niet kloppen? Online bijltjesdagen zijn ongewenst. Als iemand online, zeker op een publiek open forum, een ander NSB’er noemt wegens vermeende (verre) familiebanden met een daadwerkelijk bestaand hebbende NSB’er, raakt dit mogelijkerwijs aan pesten, smaad, laster of belediging. Dat moeten de archiefonderzoekers en de schrijvers zich bewust zijn.

Fictieschrijvers zullen dikwijls zonder bezwaar verzonnen namen kunnen inzetten. Een roman of gedicht kan toe zonder historische kenbaarheid, tenzij iemand een scène wil schrijven over een beroemde NSB’er.


Nederlandsche Volksdienst affice (Wikipedia, open domein)

Bronnen:

Affiche van De Nederlandsche Volksdienst op Wikipedia (open domein):
https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandsche_Volksdienst#/media/Bestand:Hulppost_moeder_en_kind.jpg

De Autoriteit Persoonsgegevens:
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/actueel/nationaal-archief-gewaarschuwd-om-online-openbaarmaking

De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt:
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/formele-waarschuwing-nationaal-archief

Het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis:
https://cbg.nl/over-het-cbg/organisatie/

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) op nationaalarchief.nl:
https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/zoekhulpen/centraal-archief-bijzondere-rechtspleging-cabr#collapse-1102

Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging op oorlogvoorderechter.nl:
https://oorlogvoorderechter.nl/
https://oorlogvoorderechter.nl/over-het-project/

Wet overgang bijzondere rechtspleging:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0002040/2020-01-01

ChatGPT en de Bomans-test

Zes jaar geleden onderzocht ik of computers kunnen vertalen. Mijn antwoord was toen eenduidig: nee, computers kunnen wel wat, maar niét vertalen. Hoe staan de zaken er nu voor? Lukt literair vertalen al een beetje?

De maatschappelijke bezorgdheid en bewondering over AI toonde zich het afgelopen jaar in de bevraging van het oprukkende gebruik van met name ChatGPT, ook in het onderwijs. In hoeverre staat een school kunstmatige intelligentie toe in de klas? De NRC waarschuwt op 8 maart van dit jaar voor een AI-koorts: “Bedenk dat AI geen onvermijdelijk ingrediënt voor goed onderwijs is.” Menig leerling hoopt wellicht op een verlichting van dat saaie woordjesleren en die vervelende grammatica.

Het is ondoenlijk om te onderzoeken wat de stand van zaken is voor alle vertaalprogramma’s: dat zijn er nogal wat, in vele talen. Dit voorbehoud gemaakt hebbend blijkt echter dat ChatGPT anno 2024 nog steeds niet goed vertalen kan, althans, niet door mijn Bomans-test komt.

De Bomans-test is mijn vertaallat waarover AI moet springen, wil het product werkelijk een vertaling heten. Ik heb gekozen voor Godfried Bomans omwille van zijn bijzonder fraai, veelvormig taalgebruik, dat hij inzet in fantastische verhalen, die – en dat is belangrijk – niét vertaald zijn. Vertaalde werken vallen af: dan grazen de logaritmen immers het internet af naar die vertalingen. Dat is afkijken, valsspelen. Ook vallen zakelijke, concrete teksten op een matig talig niveau af. Dat zijn teksten zonder veel problemen, waarin geen culturele eigenaardigheden of talige vindingen zijn verwerkt. Denk aan gebruiksaanwijzingen voor magnetrons, standaardcontracten voor fietsenverhuur, enz. Dat soort in veelvoud gepubliceerde teksten omzetten naar een andere taal lukt anno 2024 aardig, al beveel ik het niet aan om een notariële akte door AI te laten vertalen.

ChatGPT faalt anno 2024 in het vertalen van een fragment uit het Bomans-verhaal “De onsterfelijke Pa Pinkelman” uit 1953 met glans. De glans bestaat uit enige aardige vindingen, naast vele fouten. Hier volgt de bloemlezing van enige opvallende zaken en fouten uit een willekeurige passage, te weten: het begin van het dertiende hoofdstuk.

Schermopname van het 13de hoofdstuk in de DBNL van “De onsterfelijke Pa Pinkelman”.
https://www.dbnl.org/tekst/boma001onst02_01/boma001onst02_01_0014.php

In het verhaal zijn de twee hoofdfiguren, Tante Pollewop en Pa Pinkelman, in een cel in afwachting van verder politieverhoor beland. Bij Bomans staat: “Zo, Theo”, sprak zij vergenoegd, “dat is dat. Het is hier een allerliefst hokje en we zullen het er wàt gezellig hebben. En kijk nu eens in mijn karbies, daar zul je een sleuteltje vinden.” Dat wordt bij ChatGPT: “So, Theo”, sprach sie zufrieden, “das ist das. Hier ist es ein ganz entzückendes Stübchen, und wir werden es hier richtig gemütlich haben. Und schau jetzt mal in meiner Tasche, da wirst du einen Schlüssel finden.” Op het eerste gezicht lijkt het wat, op het tweede gezicht is het broddelwerk.

Kan een vertaler de idiomatische verzuchting “Zo, dat is dat” letterlijk vertalen met “So, das is das”? Dat lijkt mij niet: Tante Pollewop is blij dat zij eindelijk in haar allerliefst hokje (hoor de ironie) zit en van het voorafgaande gezeur af is. Ik zou hier kiezen voor iets als: So, das hätten wir dann (auch hinter uns). Het “entzückende Stübchen” kan wel, maar dat was ook niet zo lastig: de ironie wordt namelijk automatisch meegenomen in een letterlijke omzetting. Wat doen we met “und wir werden es hier richtig gemütlich haben”? Nee, te lomp: een Duitssprekende zal dit begrijpen, maar als je Tante Pollewops grappende, ironische toon wilt vatten in een beetje lopend Duits zou ik zoiets schrijven als: und wie gemütlich/bequem, ein voller Genuss.

En daarna gaat het echt fout-fout. “Karbies” is een oud woord voor een grote gevlochten handtas of marktemmer met twee oren. Dat woord heeft weinig treffers op het wereldweb en dus gaat het gegarandeerd fout. Bij Bomans heeft Tante Pollewop een grote tas zonder sluiting. Bij ChatGPT moet zij het echter stellen met zomaar een tas. Er staat: “Und schau jetzt mal in meiner Tasche.” Dat dekt de lading niet: de lezer denkt bij een Tasche aan een handtas. Had daar dan Reisetasche van gemaakt of iets dergelijks. En, het allermalste in dat zinnetje is wel dat in de Duitse ChatGPT-versie Tante Pollewop blijkbaar aan Pa Pinkelman vraagt om eerst in de tas te gaan zitten om daarna daarbinnen rond te kijken. Er had namelijk “in die Tasche” moeten staan, omdat het gaat om een naamval van beweging: men werpt de blik ergens in. Kortom, gebroddel!

Dit waren nog maar drie kleine zinnetjes uit een willekeurig Bomans-verhaal. De gehele ChatGPT-vertaling van het dertiende hoofdstuk van “De onsterfelijke Pa Pinkelman” vertoonde meer lacunes en fouten. De slotsom is wederom, net als in 2018: nee, AI kan niet goed vertalen, al gaat het minder slecht dan een paar jaar geleden. ChatGPT zet een taal om in de andere, en dit zonder recht te doen aan de inhoud van de tekst.

AI lukt het nog steeds niet om geheel persoonlijke, zeer particuliere uitdrukkingen of woordkeuzen te begrijpen en te vertalen (denk aan idiolecten, dialecten, enz.). Zo verzint Bomans het woord “kommelnist” voor communist. Daar moet een vertaler wat mee, ChatGPT vat dit niet. Wat ook nog slecht lukt: folklore en volksgebruiken, gebonden aan een bepaald milieu of bepaalde regio. Denk aan haring met uitjes, hagelslag, Nederlandse fietspompen, molentypes, maar ook bepaalde kleding, specifieke groetwoorden, enz. Soms kunnen zulke eigenaardigheden wel degelijk “gevat” worden in de andere taal, in een equivalent, zonder het oorspronkelijke idee te verliezen. Dan moet de vertaler wel onderzoek doen, de context begrijpen. ChatGPT lijkt voorshands geen enkele buitentekstuele context, geen cultuurweten, te hebben.

ChatGPT kiest op basis van kansberekening een woordbetekenis, maar een woord heeft eigenlijk altijd meerdere betekenissen. Een paard is een dier én een schaakstuk, onder andere. Een mens kiest in de context de juiste betekenis, maar het algoritme kiest soms nog steeds voor de verkeerde betekenis. Of schijnt het spel met de verschillende betekenissen niet door te hebben. Denk ook aan homografen: een sport is een spel, maar ook een laddertrede.

Hierdoor ontstaan taalspelletjes en woordgrapjes, die drijven op ironie en werkelijke intelligentie. Zulke intelligentie derft ChatGPT: idiomatische fijnheden zijn niet besteed aan het logaritme. Bijgevolg lukt het ver- of hertalen van zegswijzen, gezegden en spreekwoorden ook niet. Hiervoor is echt inzicht en creativiteit nodig, niet grazen op internet. Dankzij het eclatante gebrek aan daadwerkelijk begrip lukt het ChatGPT dan ook niet om de naamvallen toe te passen: dan moet de schrijver begrijpen wát de talige handeling nu precies inhoudt. Het zijn fouten die een eindexamenleerling niet zou maken.

Woordjes leer je door stampen, hardop stampen, overschrijven en herhalen. Grammatica door oefenen en fouten maken en daarover nadenken. Dat gaat overigens met een echte, een écht intelligente leraar van vlees en bloed ook veel gezelliger dan met een computerscherm.

P.S.
Een verzuchting buiten het onderwerp om! Waarom heeft ChatGPT de ellendige neiging om voortdurend maar excuses te maken? Wat zijn dit voor malle maniertjes? Is zulks gangbaar in de VS? Op de schrijver van het bovenstaande werkte het averechts, want excuses van machines en logaritmen bestaan niet: zij hebben geen gevoel of verstand, laat staan een geweten.

Bronnen:
Bomans, Godfried. De onsterfelijke Pa Pinkelman. Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1953 (derde druk). Op: https://www.dbnl.org/tekst/boma001onst02_01/boma001onst02_01_0014.php
(geraadpleegd 10 december 2024).

Kerssens, Niels en Remco Pijpers (2024, 8 maart). Terwijl AI oprukt in het onderwijs, moeten scholen het hoofd koel houden. NRC. (bladzijde 19). Op:
https://www.nrc.nl/nieuws/2024/03/07/terwijl-ai-oprukt-in-het-onderwijs-moeten-scholen-het-hoofd-koel-houden-a4192349?t=1733870784 (geraadpleegd 10 december 2024).

Dehmels godsnacht

Richard Dehmels dichtbundel “Weib und Welt” verbond seks met godsdienst. Het gedicht “Verklärte Nacht” is geen lofzang op een burgerlijke huwelijksmoraal maar op goddelijke zinnelijkheid.

De bundel Weib und Welt. Gedichte und Märchen (Vrouw en wereld. Gedichten en sprookjes) van Richard Dehmel verscheen in 1896, in de belle époque, het fraaie tijdperk zogezegd. Hij biedt dan ook verfrissend veel fraais, zelfs zó veel fraais dat ook nog tegenwoordig sommigen er schande van zouden spreken.

Richard Dehmel (bron: Wikipedia Commons)

Wat denkt de huidige lezer van het begingedicht Der tote Hund? Het gedicht dient zich aan als een apocrief evangelieverhaal over een dode hond, welks stinkende kadaver door Jezus opgeraapt wordt. De Heiland die dode diertjes van de weg opraapt? Wat denkt de lezer van Das Kind waarin een peuter opgeroepen wordt om zijn speelgoed kapot te maken, waarbij zelfs God in de lach zou schieten?

Wat doet de lezer met het door Dehmel opgeroepen, zeer ongebruikelijke vrouwbeeld? Vampieressen, zondaressen, nymfomanen en normenschendende kindvrouwtjes! Vrouwen, voor wier verschijning een verstandig man zou wegduiken, ware het niet dat hij ze begeert. Het gedicht – een willekeurige keuze – Mannesbangen (Mannenvrees) spreekt over de minnares in wier lendenen de man wel kan liggen, maar zodra zij haar klauwen door zijn haar strijkt, zo waarschuwt het gedicht, dan… Afijn, de lezer weet, die man is voer voor de kat.

Op erotiek drijft de bundel, in een eigentijdse gothicstijl: nu eens zwaar zwelgend, dan weer licht lillend. In bijvoorbeeld Ins Weite spreekt Dehmel van “manna van de grenzeloze nacht” en “het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek”. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.

Vanwege dit duistere, maar toch directe benoemen van god en seks oordeelde het Pruisische Landsgerecht in 1897 dat het gedicht Venus Consolatrix (Troosteres Venus) godslasterlijk en onzedelijk was, en bijgevolg gedeeltelijk gezwart moest worden. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Kijk, zoiets doet nu ook nog bij sommigen de wenkbrauwen rijzen. Overigens, wellustig is Dehmel in deze bundel veelal, vunzig of plat nooit.

Gekuiste concerten
Dankzij Arnold Schönbergs strijksextet uit 1899 is het gedicht Verklärte Nacht uit deze bundel niet de vergetelheid ten prooi gevallen, zoals bovenstaande gedichten wel. Tot aan het einde van de twintigste eeuw werden in de Nederlandse programmaboekjes van concerten gekuiste versies van het gedicht afgedrukt, zodat niet duidelijk was dat het gedicht naast de opbloeiende liefde ook de vleselijkheid en de godsdienst bezingt, waarbij haast en passant een buitenechtelijk kind geëcht wordt.

Door deze zelfcensuur werd Dehmels gedicht zélf mooier gemaakt, verklärt, wat wel de rust tijdens concerten, maar niet de inhoud ten goede kwam. Het gedicht is zo, op wens en ten behoeve van burgeroortjes “mooi en stralend verklaard en verlicht”, want het benoemen van vleselijkheid en godsdienst in een zin zorgt maar voor ongemak.

Zo werd bijvoorbeeld het woord “Lebensfrucht” vervangen door het zakelijke “Lebensinhalt”, waarmee elke gedachte aan Maria, de moeder Gods, met een pennenstreek weggeveegd werd. – Christus heet immers de gezegende vrucht uit Maria’s schoot, benedictus fructus ventris.

Dehmels soms bewust archaïsche woordkeus ondersteunt ongewild de neiging van de huidige lezer om de inhoud mooier op te vatten, onschuldiger te maken dan hij is. De onvoorbereide lezer leest op het eerste gezicht fraaie, oude, dichterlijke woorden; de daarin besloten sterke toespelingen op  godsdienstoefening in samenhang met vleselijkheid ontgaan hem.

Dehmels quasi-religieus, mystiek of plechtstatig taalgebruik is bewust ingezet. Het is niet zomaar “mooi”, het is functioneel. Een duidelijk voorbeeld staat meteen in het begin: “Hain” is dichterlijk en plechtig voor heilige bosjes, voor “hagen”. Denk in het verband der Lage Landen aan hagenpreken. Enige heidense mystiek (of sprookjesachtige Olivier Bommel-sfeer!) schuilt in de maan die zich over “hohe Eichen” en “schwarze Zacken” (onderscheidenlijk: hoge eiken en zwarte boomkruinen) heen spoedt.

Franz von Stuck, 1893: De zonde.
(bron: Wikipedia Commons)

Flirtende bekentenissen
De bekentenis van de vrouw (of is het een bakvis?) volgt in potsierlijk Bijbelse woorden, in deels geveinsde ootmoed. Zo klinkt bijvoorbeeld het ongebruikelijke werkwoord “sich erfrechen” in dit verband uiterst koddig, wegens zijn statenbijbels karakter. Letterlijk staat er “zich ver-ruwen” of “zich ver-botten”; het wil de vermetelheid vatten om iets ongepasts te verrichten. Dat is ook waarom “zich verstouten”, mede dankzij de wederkerigheid, goed past. De vrouw moet wel in grote vreze zijn! Der maatschappij toorn en hoon zal op mij zijn! O, help mij toch! – Deze biecht lonkt, met en in haar onzedelijkheid.

De man lijkt in eerste lezing louter opofferingsgezind ten behoeve van de huwelijksmoraal, maar blijkt in tweede lezing – hoe kon het ook anders – dit niet te zijn. Uit de verzuchting van de vrouw bleek al dat de twee elkaar pas kortgeleden hebben leren kennen: “…en nu, nu heb ik jou ontmoet!” De opwinding van het eerste contact vindt nu haar uitweg en de man wil seks. Daartoe stelt hij haar allereerst gerust, op een weliswaar rituele, maar ook zeker gratuite wijze: onze wederzijdse warmte zal het kind doen stralen en verheffen! – Wie zo gemakkelijk beloften maakt, verdient wantrouwen.

Zeker aangezien “Verklärung” de term voor de tenhemelopneming van Christus en Maria is. De ongehoorde vraag stelt zich bijna of dit nu niet de belofte is om de ongeboren vrucht snel naar de volgende wereld te helpen..! Dat lijkt wat al te dol gedacht, maar enigszins ijdel is de belofte van de man zeker: al in de zinsnede “jij hebt zelf de glans in mij gebracht” schuilt seksuele opwinding, waaraan de man wél willoos móet toegeven: “Jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.” – De opgewonden man kwijlt als een hongerige hond.

Dehmels bundel “Vrouw en wereld” biedt naast seks en godsdienst met gevaarlijke vrouwen ook veel draken: draken van gedichten! En dat mag vóór Dehmel spreken: hij experimenteert, hij durft. Vaak doet Dehmels hang naar de vergeestelijking, de sublimatie, maar ook de verbinding van het zinnelijke met het goddelijke denken aan het werk van de Tachtigers:  “Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten […] úwe lippen in een wilden vloed van kussen…” (Willem Kloos).

Dehmel is stoutmoediger: de heerlijk verzinnelijkte nacht is een lofzang op de vleselijke liefde, die de dichter goddelijk noemt. En, misschien is alles wel goed gekomen met de twee en zijn ze getrouwd, met een geëcht kind, zodra de lust bekoeld was. – Het waren wilde nachten in 1896.



Overweging bij de kritische herziening anno 2023
Dit gedicht is en blijft een zwaar eclectische tekst, die dreint en dreunt in lellend pathos, vol bewust gekozen archaïsmen. Dit is niét de stijl uit 2023, dit is 1896. De vertaler heeft zich lijdelijk opgesteld en bijgevolg zoveel mogelijk recht gedaan aan deze stijlkeuze.

De interpretatie dat dit gedicht een groot vergeven bezingt, waarbij de man zich opoffert, beziet te weinig de flemende woordkeuze van de vrouw. Zij verleidt. Dit gedicht is kritiek op een kleinburgerlijke moraal, deze tekst is menselijk: hij bezingt vergeving én zinnelijkheid. Schönbergs muziekstijl, op het randje van tonaliteit en atonaliteit, treft het in dit opzicht scherper: het is niet harmonie, het is sublimatie.

Hierna volgt de in 2023 verbeterde vertaling, die is gemaakt voor de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam 2018.  Als een volgend orkest ze wil gebruiken in de programmaboekjes, wil ik daarvoor toestemming geven, mits mijn naam als vertaler volgt.

Verlichte nacht

Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken
geen wolkje omfloerst ’t hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
De stem klinkt van een vrouwsgezicht:

Ik draag een kind, en niet van jou,
in zond’ en schuld ga ik naast jou.
Ik heb mijzelf zo zwaar misdaan;
Ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een zwaar verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door ’n man zonder naam
én prees zelfs mijn ijdel gemoed.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.

Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donk’re blik verdrinkt in licht.
De stem klinkt van een mansgezicht.

Wees het kind door jou gekregen
toch onbezwaard toegenegen,
o zie, hoe klaar het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
’t vreemde kind met licht verkoren,
wordt voor en van mij geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.

Hij pakt haar bij de volle dij,
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.

Verklärte Nacht

Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain;
der Mond läuft mit, sie schaun hinein.
Der Mond läuft über hohe Eichen,
kein Wölkchen trübt das Himmelslicht,
in das die schwarzen Zacken reichen.
Die Stimme eines Weibes spricht:

Ich trag ein Kind, und nit von dir,
ich geh in Sünde neben dir.
Ich hab mich schwer an mir vergangen;
ich glaubte nicht mehr an ein Glück
und hatte doch ein schwer Verlangen
nach Lebensfrucht, nach Mutterglück
und Pflicht – da hab ich mich erfrecht,
da ließ ich schaudernd mein Geschlecht
von einem fremden Mann umfangen
und hab mich noch dafür gesegnet.
Nun hat das Leben sich gerächt,
nun bin ich dir, o dir begegnet.

Sie geht mit ungelenkem Schritt,
sie schaut empor, der Mond läuft mit;
ihr dunkler Blick ertrinkt in Licht.
Die Stimme eines Mannes spricht:

Das Kind, das du empfangen hast,
sei deiner Seele keine Last,
o sieh, wie klar das Weltall schimmert!
Es ist ein Glanz um Alles her,
du treibst mit mir auf kaltem Meer,
doch eine eigne Wärme flimmert
von dir in mich, von mir in dich;
die wird das fremde Kind verklären,
du wirst es mir, von mir gebären,
du hast den Glanz in mich gebracht,
du hast mich selbst zum Kind gemacht.

Er faßt sie um die starken Hüften,
ihr Atem mischt sich in den Lüften,
zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.

Jan Pelgroms retortengraf

Eerst dacht ik dat het een komma was, maar het is een retort, een scheikundig instrument. Het beeld is gebeiteld op de deksteen van Jan Pelgrom Philipszoons graf in de Hooglandse Kerk te Leiden. Pelgrom had blijkens het grafschrift nog een appeltje te schillen met zijn voormalig werkgever, de universiteit:

Chemiekonst met gevaaren,
heb ik ruim dertig jaaren,
Beoefend en met vlyt,
Volvuurs, myn geestvermogen,
By nooit verveelend poogen,
Aan het RETORT gewyd.
’K heb ja, myn loon genooten,
’K zeg dit met dankbaarheid
Maar dat ik ben verstooten
Door de Universiteit,
Dat heb ik vaak beschreid.

Jan Pelgrom PHZ.
Overleden den 18
Begraven den 23
November 1801
Oud ruim 66 jaar

Meteen dacht ik aan persoonlijke vetes en tegenstellingen, wellicht wortelend in politieke tegenstellingen: ook in Leiden broeit het tussen prinsgezinden en patriotten aan de vooravond van de Franse Revolutie. De geboortedatum van Jan staat niet vermeld, maar het jaar valt te berekenen: 1735. Nu heb ik niet meer in een universitair werknemersarchief gezocht (als het nog bestaat), maar hij moet rond zijn vijfentwintigste levensjaar aangesteld zijn als dienaar in het laboratorium. Als hij wordt ontslagen in 1790 is hij 55.

Het proefschrift van Ronald Sluijter met de titel “Tot ciraet, vermeerderinge ende heerlyckmaeckinge der universiteyt: bestuur, instellingen, personeel en financiën van de Leidse Universteit, 1575-1812”, verschenen in 2004, meldt dat de dienaar van het chemisch laboratorium Jan Pelgrom is ontslagen wegens een arbeidsconflict met de prefect van het laboratorium en hoogleraar in de scheikunde, Florentius Jacobus Voltelen. Een conflict dat terug te brengen is tot de even banale als wezenlijke vraag: wie krijgt de entreegelden van de  lezingen? De professor of de assistent? – Daar hadden de hooggeleerde Votelen en de bediende Pelgrom toch uit kunnen komen, zou je denken. Daar moet méér aan de hand zijn geweest.

Zou het toch ook niet in de politiek sfeer hebben gelegen? Was Jan prinsgezind of patriot en Voltelen het omgekeerde? Aan de universiteit werkten zowel patriotten als prinsgezinden. De voorganger van Voltelen, Gaubius was lijfarts van de stadhouder en denkelijk dan ook prinsgezind, maar over Voltelens politieke gezindheid lees ik niets. Uit het grafschrift valt niet op te maken waarom hij nu verstoten is. Heeft Pelgrom niet kunnen voldoen aan Voltelens professionele maatstaf? Dat lijkt niet voor de hand te liggen met 30 jaar ervaring. Misschien heeft Jan de prefect tegengesproken, beledigd na een vraag om loonsverhoging; het kan.

Jan is met zijn bitter verhaal de eeuwigheid ingegaan. Voltelen was hem al voorgegaan.

Bronnen:
Ronald Sluijter: Tot ciraet, vermeerderinge ende heerlyckmaeckinge der universiteyt: bestuur, instellingen, personeel en financiën van de Leidse Universteit, 1575-1812. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2004.

Erik Halbe de Jong: Weldenkende burgers en Oranjeliefhebbers. Patriotten en Prinsgezinden in Leiden 1775-1795. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2014.

Voltelens levensschets op de Duitse Wikipedia:
https://de.wikipedia.org/wiki/Florentius_Jacobus_Voltelen

Jantje, braaf zijn!

Anno Domini 1977 op 5 september denderde de raket het heelal in, welker inhoud, naar wij allen voortdurend driftig hopen, de roem en glorie der menselijke beschaving redt. Gode zij dank, hier is Voyager 1, met daarop De Gouden Plaat, die naast Bach en Beethoven ook een opname van het wereldberoemde nummer “Johnny B. Goode” door gitarist-zanger Chuck Berry bevat, en wel in de uitvoering uit 1959. – Dansen verplicht.

Berry doet er in later jaren wat seconden langer over, de webstek van Voyager meldt precies de duur uit ’59, het jaar is gegeven. Dat mag slim van mij gevonden zijn, het doet er niet toe: ik ben minder dan de zweem van een indruk van een schaduw van een voorbijschietende zwaluw in een te vroege lente. – En dat, lieve lezer, zijt gij ook. Wees bemoedigd en omarmd, en begin alvast te dansen.

“Hartelijke groeten aan iedereen!” staat er op deze Gouden Plaat. — Niet het mooiste wat het Nederlands heeft opgeleverd, hartelijk wel. Publiek domein: https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=6455682

Het beste van deze raket is niet dat zij de mogelijkheid om óóit gevonden te worden door intelligente buitenaardsen biedt, het troostendste is het luttele feit op zich dat zij afgeschoten is, ondanks deze buitengewoon, buitengemeen ongrijpbare, maar niet onmogelijke mogelijkheid. Dát ontroert op zich en maakt alle moeite waard. Dát rechtvaardigt de vrije wereld in 1977 waarin ik ben geboren, waarvan ik houd. – En, ik overweeg te dansen.

De tekst van “Johnny B. Goode” schetst een bijzonder dorps, armoedig, zo niet achtergesteld bestaan: Jantje, geboren in een lemen hutje uit een ongeletterd gezin, zit langs de spoorlijn en zijn moeder drukt hem op het hart om braaf en goed te zijn, want dán zal ooit “zijn naam in lichten geschreven staan”. Het Amerikaanse Jantje tokkelt en tokkelt en zelfs de spoorwegbeambten hebben het erover. Het lijkt mij aannemelijk dat deze spoorlijn een toespeling op de “Underground Railroad” is, het netwerk in de VS dat eerste helft 19de eeuw ontvluchte slaven naar de Noordelijke Staten hielp. (Berry zelf: “The original words [were], of course, ‘That little colored boy could play. I changed it to ‘country boy’ — or else it wouldn’t get on the radio.”) Bijgevolg is moeders bede ook de hoop op een betere toekomst, de verlossing uit de slavernij. – Met moeder begin ik al te dansen.

Het spannendste aan dit verhaal is niet de tekst van Johnny B. Goode: die is ogenschijnlijk simpel. Het beste is de muziek, de gitaar, het ritme. Het is niet uitgesloten dat buitenaardsen deze opname vinden, ooit, als zij is neergestort op een ongewaande planetoïde. En zodra de buitenaardsen ze afspelen, mits op 331/3 toeren per minuut (in enig afspeelapparaat is helaas niet voorzien), anno Domini 20.000.000.2022, voorbij alle bekende zonnestelsels, voorbij al het vatbare, dansen. Dat is een troost.

De mens en de aarde schijnen mij steeds vaker niet samen te gaan. De aarde zal ook zonder de mens overleven. Maar! De plaat is afgeschoten. – Dus dans. Danst!

Bronnen (geraadpleegd 24 juli 2023):
https://voyager.jpl.nasa.gov/golden-record/

https://voyager.jpl.nasa.gov/golden-record/whats-on-the-record/music/

https://web.archive.org/web/20061228112332/http://www.rollingstone.com/news/story/6595852/johnny_b_goode

https://nl.wikipedia.org/wiki/Voyager_Golden_Record#/media/Bestand:The_Sounds_of_Earth_-_GPN-2000-001976.jpg

Kafka in het Torentje

“Mijn bron is vertrouwelijk!”, aldus de minister-president in demissie, 1 april 2021, toen hij kond deed van een bericht over verslagen die nog niemand had gezien. De pre-in-formateurs stelden daarna in eenparige samenzang dat zij zich de door henzelf gevoerde gesprekken niet zó herinnerden, zoals de notulisten deze hadden vastgelegd. Wie bericht het Torentje, vraag ik. Wie maakt de verslagen? Wie accordeert wat, en wanneer, en hoe, in wiens naam? En wie maakt er melding van, aan wie, wanneer?

In Kafka’s roman “Das Schloss” is er mythische plaats in een dorp, waar alles besloten wordt: het Slot, de Torens, het Kasteel der Macht. De meeste dorpsbewoners zijn, niettegenstaande hun bewondering voor het Slot, nog nooit zelf in het Slot geweest. Welbeschouwd heeft nooit iemand daar iemand zien uit- of ingaan, al spreekt iedereen voortdurend over ene meneer Klamm, die, naar verluidt “via-via”, wél toegang heeft tot dat Slot. Voortdurend fluisteren de dorpelingen vaag over hun contacten met deze Klamm, zetten zelfs anderen daarmee onder druk. Insinueren en marchanderen is hun tot levensstijl geworden: slechts het enkele, gefluisterde, gesuggereerde feit dat iemand de mythische Klamm kent, maakt iemand machtig. Niet dat deze machtsfluisteraars ooit deze Klamm echt zelf in levenden lijve gezien of gesproken …

Wie heeft toegang tot het Haagse Torentje of de andere gebouwen der Tweede Kamer? Wie schrijft of zegt dáár wat, wie maakt er de aantekeningen en wie tekent voor de juiste weergave van deze aantekeningen? Het bestaan van de Haagse notulisten kennen we alleen van horen zeggen; maar in wiens naam, op welke wijze leggen zij iets vast en mag dat opgevraagd worden?

Naar verluidt ziet de zaal waar beslissingen in het Slot genomen worden er als volgt uit: “Vooraan, dichtbij de lessenaar, staan lage tafeltjes, waaraan klerken zitten, die, als de ambtenaren het maar wensen, het hun gedicteerde vastleggen. Altijd verbaast Barnabas [Barnabas: boodschapper van Klamm – EvB] zich erover, hoe dat precies verloopt. Er komt geen uitgesproken bevel van de ambtenaar, er wordt ook niet hardop gedicteerd; welbeschouwd merkt men het nauwelijks dát er gedicteerd wordt. Het is eerder zo dat de ambtenaar schijnt te lezen, zoals voorheen, behalve dan dat hij daarbij ook nog fluistert, en de klerk vangt dat al horende op. Dikwijls dicteert de ambtenaar zó zachtjes dat de klerk het zittend helemaal niet horen kan, maar moet opspringen om het gedicteerde op te vangen, waarna hij snel moet gaan zitten om het op te schrijven, waarna hij weer moet opspringen enzoverder. Hoe merkwaardig dat is!”

            De onbekende klerk meldt en schrijft uit zichzelf alles op wat hij denkt te horen. Hij springt op en gaat zitten, op vermeend bevel, en niemand kent hem. – Hoe handig!


Originele tekst:  „Vorn, eng  am  Stehpult,  sind  niedrige  Tischchen,  an  denen  Schreiber  sitzen,  welche,  wenn  die Beamten es wünschen, nach ihrem Diktat schreiben. Immer wundert sich Barnabas, wie das geschieht. Es erfolgt kein ausdrücklicher Befehl des Beamten, auch wird nicht laut diktiert, man merkt kaum, daß diktiert wird, vielmehr scheint der Beamte zu lesen wie früher, nur daß er dabei auch noch flüstert, und der Schreiber hört’s. Oft diktiert der Beamte só leise, daß der Schreiber  es  sitzend  gar  nicht  hören  kann,  dann  muß  er  immer  aufspringen,  das  Diktierte auffangen, schnell sich setzen und es aufschreiben, dann wieder aufspringen und sofort. Wie merkwürdig das ist!“[1]


[1] Bron: https://www.odaha.com/sites/default/files/DasSchloss.pdf (15de hoofdstuk van “Das Schloß”)

Ideeën

Vrijwaring! Deze ideeën en stellingen gaan, net als Multatuli’s ideeën, over alles en niets. Ze zijn opgeschreven om het plezier en willen niet de wereld redden.

Idee 1 Over Multatuli’s eerste idee als slang
Idee 2 Over schunnig schertsdicht in potjeslatijn
Idee 3 Over China’s deficiëntie in democratie
Idee 4 Over de therapeutische werking van mattenkloppen
Idee 5 Over spiegeling, identiteit en Erik & Alice
Idee 6 Over supermarktaankopen en liefdeswensen
Idee 7 Over libertarisme en iemand van ’t erf afknallen
Idee 8 Over “iets communiceren” (dat kan niet)
Idee 9 Over googlere: googlo ergo sum
Idee10 Over drie dingen die doen vergeten
Idee 11 Over Barbies welverdiende dood
Idee 12 Over “getwitter”
Idee 13 Over motorrijders en hun helmenzang
Idee 14 Over villa’s in natuurgebieden
Idee 15 Over het symbolisch koningschap
Idee 16 Over de Ikea-invloed op het Leids Academiegebouw
Idee 17 Over Multatuli’s idee 104 inz. genialiteit
Idee 18 Over vertalen
Idee 19 Over uranium in Iran
Idee 20 Over het sociale medium “Facebook”
Idee 21 Over het simpele van het wegvallen van het het-woord
Idee 22 Over het lastige van het wegvallen van het het-woord
Idee 37 Over privatisering
Idee 38 Over onderwijs
Idee 39 Over cultuurbeknibbeling
Idee 40 Over denken in de politiek
Idee 41 Over de kaas en de Regering
Idee 42 Over de standenmaatschappij als staatsvorm
Idee 43 Over de restauratie van 1814/15 (Het congres danst)
Idee 44 Over de 20ste-eeuwse dictatuur als staatsvorm
Idee 45 Over de oligarchie als staatsvorm
Idee 46 Over de monarchie als staatsvorm
Idee 47 Over de directe democratie als staatsvorm
Idee 48 Over het voortplantingsgebod
Idee 49 Over het idee om zich ter hoogte van NL te vestigen
Idee 50 Over een standbeeld voor Julius Civilis
Idee 51 Over kassièrentaal
Idee 52 Over de blote hemel in de grondwet van 1815
Idee 53 Over een gepensioneerde paus
Idee 54 Over homo sapiens
Idee 55 Over het leven
Idee 56 Over gps-gestuurde gebedstijden
Idee 57 Over Kniertje en chocola
Idee 58 Over Kniertje en coltan
Idee 59 Over Kniertje en palmolie
Idee 60 Over de vergelijkende trap van “dood”
Idee 61 Over zindelijke buren
Idee 62 Over het geslacht van de liefde en de maan
Idee 63 Over het menselijk kenbare
Idee 64 Over de overschatting der ratio
Idee 65 Over knuffels als rouwbeklag
Idee 66 Over politieke soa’s
Idee 67 Over ten hemel schreiende woorden
Idee 68 Over het tragischte in het leven
Idee 69 Over bakvissen uit de rechtenfaculteit die jongelingen den asem nemen
Idee 70 Over de uitleg van het vluchtelingenverdrag
Idee 71 Over een bril tegen alles wat er te zien is
Idee 72 Over massapiëteit in festivalvorm
Idee 73 Over ongeestige webuitbarstinkjes
Idee 74 Over een kwijllied met de titel “Imagine”
Idee 75 Over de overschatting van Wikipedia
Idee 76 Over falende natuurbescherming
Idee 77 Over Kerst in Nederland
Idee 78 Over pseudopiëteit en bovenmatige religiositeit
Idee 79 Over het politieke toneel
Idee 80 Over de neushoorn en domme mannetjes
Idee 81 Over ’s mensen gespletenheid
Idee 82 Over politieke correctheid
Idee 83 Over de verdommende werking van sociale media
Idee 84 Over het woord “participatiesamenleving”
Idee 85 Over het delict belediging
Idee 86 Over de NOS-redactie en de VIVA
Idee 87 Over de wij-ziekte
Idee 88 Over de Europese Raad als anomalie
Idee 89 Over het afstorten van radioactief afval in de zee door Frankrijk en Groot-Brittannië en de daaruit toekomstig voortvloeiende vorderingen op grond van schadevergoeding, ook al is het dan te laat
Idee 90 Over het stemrecht voor hopelozen
Idee 91 Over religieuze atheïsten
Idee 92 Over ongezellige dieren
Idee 93 Over het nieuws

Idee 1
Multatuli’s eerste idee is een zesledig dreinig doordenkertje:
“Misschien is niets geheel waar, en zelfs dát niet.”
Zesledig is het in de volgende elementen:
1. misschien;
2. niets;
3. geheel;
4. waar;
5. dát;
6. niet.
Het is nooit sterk om een stelling met “misschien” te beginnen: vele dingen kunnen misschien ooit wel eens voorkomen. Misschien komt Majesteit morgen thee bij me drinken -ik ben blij dat ik goede thee in huis heb- of misschien zal ik ooit de staatsloterij winnen, word ik gelauwerd en krijg ik mijn eigen palmeneiland in de Stille Zuidzee. Misschien! Je weet het maar nooit, zeggen de mensen dan. Juist daarom is “misschien” misschien wel eens sterk in een stelling, maar dan is het toch zeker een vluchtweg: ik zeg niet dát het zo is; het kán, misschien, ooit nog wel, als Pasen en Pinksteren op een dag vallen, ach ja… Zinnig is “misschien” in een stelling niet.
Dan schermt Multatuli met de begrippen “niets” en “geheel”, welke begrippen, naar de lezer aannemen mag, in tegenstelling tot “alles” en “gedeeltelijk” staan. Als niets in zijn geheel iets is, en alles niet iets is in al zijn gedeelten, valt er ook niets op tegen te werpen: dat is geen flauwe vluchtweg meer, dat is een onweerlegbaar gesloten vesting die elke aanval afslaat: ik zeg niet dát het helemáál zo is, het is gedeeltelijk zo en zó is het helemaal in gedeelten. Dan het begrip “waar” in de zin van “waarheid bevatten”. Tsja…, dáárover hebben de oude Grieken nagedacht, waaraan met vernuft Kant nog een kritisch puntje aan gedacht heeft. Als een stelling in zich ontkent dat ze waar is, is ze geen stelling meer en valt er ook niets meer op af te dingen. Als ze daarentegen onweerlegbaar waar is, ook niet.
Dan de laatste retorische knaller: het idee ontkent zich zelf! Dat kan nooit: dat lijkt op het liederlijk kind dat roept dat het een keertje altijd meer welles roept dan jij nietes. Als de lezer nu nog dacht, iets tegen Multatuli’s eerste idee in stelling te willen of kunnen brengen, vergeet het! Het is dan ook geen stelling maar een idee. Een burlesk idee met bulderlach.
Idee 2
Schunnig schertsdicht in quasi-Latijn komt voort uit jeugdige joligheid. Deze onschuldige schunnigheid, veelal perianaal gericht, wil het lyrische geschut van antiburgerlijke jongmensen zijn. Twee voorbeelden: Het eerste uit de negentiende eeuwse vaderlandse studentenwereld, het tweede uit een geestelijk lied van W.A. Mozart. In “Braga”, het letterkundig studentikoos schotschrift onder redactie van Anthony Winkler Prins uitgegeven, laat J.J.L. ten Kate in “De installatie van het nieuwe lid” de praeses de novitius vragen:
Praeses: …..Quid promittis facere?
Novitius: Me metipsum adorabo, Vos vestraque gatlikkabo,
Om den wille van het smeer! (sic!)
Et pro symbolo kiezabo: “Lik-je mij, ik lik-je weer!”

De praeses is deze wederkerige liefdesverklaring een welgevallig antwoord want als hij hem een “membrum nuntio nostrorum clubsiae” heeft genoemd, schenkt hij hem: Jus bluffandi, Arrogandi, Adorandi Te et Nos; Procreandi Prullilos; Flagellandi Optimos! – Waarna hij de leden en de noviet om de tafel laat dansen onder het aanheffen van het verheven lied “Hei, ’t was in de Mey! / In de Mey, in de Mey, / In de Mey, ei, ei, / Ei, ei, ei, ei, ei.”
De lezer vindt deze scène op bladzijde 78 en 79 van: Braga. Dichterlijke mengelingen. Uitgegeven door een dichtlievend gezelschap onder de nooit gebruikte zinspreuk: ‘Utile Dulci’. Deventer (A. ter Gunne) 1883. Het tweede voorbeeld: In de korte driestemmige canon KV 559 schrijft Mozart in 1788 een zelfde soort nep-Latijn, die, indien hardop gezongen of voorgelezen, een Duits schunnig gebod laat klinken: Difficile lectu mihi mars et jonicu difficile.
Ik beken vlijtig schuld hier: ook ik ben eerst gaan zoeken in het woordenboek naar een andere betekenis voor mars dan de godheid. Spaart u zich de moeite: de schunnige joligheid klinkt bij vlotte lezing van de woorden “lectu mihi mars” al snel door. Juist! Hier klinkt die veelgebruikte Duitse perianale verwensing door, die Ten Kate snedig uitdrukt in het Latijnserige “gatlikkabo”. Mozart en Ten Kate hebben met elkaar gemeen dat ze een in veler oortjes vuigheid in de vorm van “iets hogers” gieten: het voor rooms-katholieke missen en doktersrecepten geëigende Latijn combineren ze met geile platheid. Die ongelijkheid in registers is dan ook precies het karakter van deze versjes: schunnige joligheid.
Idee 3
Terwijl de economische expansiedrift in China een zelfde gretigheid toont als de grootte van de vertrouwde afhaalmaaltijden, groeit de democratische deficiëntie in deze eenpartijstaat. Het kan haast niet anders dan dat eens de Chinese ingezetene niet meer met brood en spelen genoegen neemt: naarmate zijn welstand stijgt, stijgt zijn kennis van het buitenland en zal hij meer invloed op de eigen staatsinrichting willen hebben.
Als een steeds grotere groep Chinezen niet langer tevreden is met de eenpartijstaat, zal zij de communistische partij op haar weg vinden, wat zich ook economisch vertaalt. De vraag is niet, wanneer dit gebeurt, maar hoe dit gebeurt: revolutionair of evolutionair.
Het valt te vrezen dat het niet zonder slag of stoot zal gaan: een kleine twintig jaar geleden rolden gepantserde voertuigen over het Plein van de Hemelse Vrede. Gelukkig voor de wereld bestaat Taiwan nog, al schijnt de wereld dat niet te beseffen. (geschreven 2008)
Idee 4
Schoonmaken heeft een onderschatte therapeutische werking. Daarom weer en meer: schrobben, boenen en kloppen. De hemel verdient men er niet mee; wel een schone stoep en een zindelijke geest. Hollands zin voor zindelijkheid toonde zich ooit in met woede en groene zeep geschrobde stoepen. Dat is jammergenoeg voorbij. Zelfs de groene zeep heet nu “zachte zeep”. Geen idee waarom: de zeep is er niet zachter op geworden en ze is nog even groen als voorheen.
Het verwaarlozen van poetsdrang biedt op het eerste gezicht ook voordelen: men heeft, lijkt het, meer tijd. Maar dat is niet waar: een potje woedend mattenkloppen levert meer geestelijk en lichamelijk voordeel op dan een avondje voor de treurbuis hangen. Bovendien hoeft de mattenklopper niet meer naar de sportschool.
Overdrijven kan ook, zoals de Bond van Fiere Huisvrouwen, die hun levenszin alleen in blinkend gepolitoerde tafels willen zien schitteren. Het leven gaat over kunst, wetenschap en vriendschap; niet over chloor, spons en stofzuiger. Een verstandig mens laat zich niet voorstaan op zijn schone stoep. Hij geniet ervan.
Mocht het leven u voor een probleem stellen, waarvoor geen klinkklare oplossing is: ga matten meppen, schrob de vloeren, schuur de pot. De mattenklopper garandeert het beste effect: het gemoed en de mat luchten ervan op. Men legge de mat met de bovenzijde naar beneden en heffe de klopper; de dofdonkere holle weerklank dendert tegen de buurgevels: ”Schoon zul je, kreng!”
Idee 5
Culturele identiteit vindt haar definitie in reflectie. In wetenschap en kunst spiegelt het eigene zich en herkent zich deels wel of niet in het andere. Het is daarom aan te nemen dat Erik Pinksterblom en Alice in Wonderland elkaar kennen: het verschil tussen een spiegel en een schilderij bestaat niet als je de wereld achter de lijst binnenstapt.
Idee 6
De kassabon moet een bon voor een levensgezel worden. De in de supermarkt aangekochte producten zeggen niet alleen iets over iemands bestedingsruimte, ze getuigen nog meer van iemands burgerlijke status, geslacht, kookkunsten, en, soms al te pijnlijk, intelligentie.
Als een pafferige man van vijftig de kassaband volstouwt met industrieel voorbehandelde producten, zoals opwarmpizza’s, knakworsten in blik of mierzoete limonadedranken in plastic flessen is de kans klein dat hij een wederhelft heeft of er moeten ook Belinda – sigaretten naast liggen. Als dezelfde boodschappen door een nette maar toch wat gehaaste jongenman worden gekocht, is de kans groot dat hij student is.
In dat licht bezien zou het slimmer zijn, iemands partnerkeuze door de gescande kassabon te laten bepalen. Het moet informatietechnisch gezien een kleine moeite zijn, de eigen leeftijd en het eigen geslacht aan de gewenste leeftijd en het gewenste geslacht te koppelen op grond van overeenstemming in aankoopgedrag. Ziehier, de supermarktkassa werkt beter dan elke internet-dating-site.
Idee 7
Als de wegen niet verhard,
De dijken niet verzwaard en
Het vuilnis niet opgehaald,
Was libertariër zo gek nog niet:
“Van mien erf! En vlug wat!”
Dan toch maar…: belasting.
“En nou opgesodeflikkerd!”
Idee 8
Lieden uit de business-, public relations- en consultancy- wereld hebben het werkwoord communiceren overgankelijk gemaakt. Of deed een hoogleraar Latijn & Grieks het?
Ongeveer een klein decennium moet het voor het eerst gebeurd zijn dat iemand belangrijks het onvoorstelbare voor het eerst op de televisie uitsprak: “We hebben dat gecommuniceerd.” Vermoedelijk zal het wel iemand zijn geweest die iets met consultancy of business deed: deze mensen spreken een onnavolgbaar jargon waarmee ze zich boven het grauw dat niets van centen begrijpt, verheffen. Hij of zij was daarom heel belangrijk en het klónk ook zo lekker: een boodschap, een afspraak, een tijdstip communiceren. We communiceren wat af!
Het kan ook anders zijn gegaan: in een belangrijk college Klassieke Talen gebruikte uit balorigheid een hoogleraar het Latijnse communicare letterlijk, al druiste het wat in tegen het Nederlandse taalgevoel dat volstrekt niet gewend was aan een overgankelijk werkwoord communiceren. De studenten namen het over en weldra deed het volk het ook. In het eerste geval is het anglicisme en in het tweede een latinisme.
Ik vermoed dat de eerste verklaring het best de verwordingsgeschiedenis van communiceren beschrijft: “iets communiceren” is gemunt door slinkse voorlichters die weinig letters genoten hebben. Hoe dan ook, deze nieuwigheid vindt Van Dale in 2008 in orde. “Iets communiceren” kan inmiddels ook bij Van Dale. Waarschijnlijk heeft de Van Dale-redactie even gebeld -o nee, “gecommuniceerd” natuurlijk!- met de mensjes van de Taalunie: die willen den volke ook niet voorschrijven hoe het moet denken over taalgebruik of spelling.
De Taalunie heeft het grootste gelijk: taal is tenslotte iets van de communie; taal is het communicatiemiddel en als we dat goed communiceren, hebben we dat ook weer afgecheckt.
Ik doe niet mee! Hierbij verklaar ik officieel dat “communiceren” intransitief is. Zo, dat is dan weer meegedeeld.
Idee 9
Googlo ergo sum
Idee 10
Drie dingen, die in het gebruikelijke gebruik, het leven vergeten of waarin wij ons zelf vergeten:
– veel van wat de commerciële omroepen uitzenden;
– de inhoud van vele gratis krantjes in de trein;
– berichtjes in snel-tik-diensten zoals msn en twitter.
Het krantje blijft als voetenleggertje op de bank nog het langst bewaard. Met dank aan de vriendelijke conducteur.
Idee 11
Barbie moet dood. Na meer dan 50 jaar lonken, flemen en tergen als buigzame plastic hoezenpoes heeft zij de brandstapel verdiend: 50 jaar lang jonge meisjes voorhouden dat twee meter lange benen, borsten als punttaartjes en insectenogen omrand met slierthaar de norm zijn, getuigt van seksueel terrorisme. Aangezien het hier een rolmodel in plastic betreft, is vuur de beste oplossing: het idee lost smeltend op; hersenen had ze toch al niet.
Barbies freubelvriendje Ken wil ook graag in rook opgaan: hij wil niet langer voor piemelloze, opgepompte glitterman spelen.
Idee 12
Als zelfs knorrige kabinetsleden al met de snelberichtendienst Twitter hun zogenaamde hyper-hipheid willen aantonen, zonder enige redactionele schroom, geldt:
getwitter – getwetter – getwatter.
(Met dank aan Maxime V.)
Idee 13
Zoals alle autorijders in hun afgesloten rijtuig alle medeweggebruikers de hel wensen, zo zingen alle motorrijders heimelijk in hun helm. Niet alleen zijn daarmee motorrijders betere weggebruikers en betere muziekliefhebbers: ze zijn ook “gewoon” prettiger in den omgang. Laten we eerlijk zijn voor de verandering!: Motorrijders hebben welbeschouwd niet zozeer een groter risico in het verkeer, zij hebben vooral een groter invoelingsvermogen dan de kudde der blikjesrijders.
Idee 14
Huizen bouwen in natuurgebieden staat per definitie op gespannen voet met natuurbehoud. Zelfs dan, als er maatregelen worden getroffen om de schade weer “goed” te maken, zoals moestuintjes die bloeien bewonersafval. Niet-vervuilende menselijke bewoning is alleen denkbaar als gesloten, zelfvoorzienend systeem. Zulke systemen zijn niet uitgevonden en zullen niet uitgevonden worden. Daarom zouden bepaalde gebieden terrae inviae, ontoegankelijke streken, moeten blijven.
Idee 15
“Symbolisch koningschap” is een witte schimmel, een pleonasme: een koning is per definitie een symbool. Symbolen zijn nuttig en allesbehalve zin- of inhoudsloos. Dat denken sommigen wel eens; vooral zij die onbekend met of afkerig zijn van geritualiseerde, versteende gebruiken. Simpel gezegd: zonder riten geen non-riten, zonder geraamte geen vlees, zonder grond geen bouw.
Het staatshoofd in de Thorbeckiaanse staatsinrichting is geen zinloos symbool. Het is de staatsrechtelijke biechtvader of spiegel voor de minister-president. Koningin Juliana noemde zichzelf dan ook in een briefje aan Den Uyl met trefzekere geestigheid “uw praatpaal”: slechts onervarenheid van de eerste minister of een te grote neiging tot slippendragerij maakt hem onbekwaam in de bespiegelingen met het staatshoofd. Als de minister-president geen koninklijke staatsrechtelijke biechtvader meer zou hebben, zou daarvoor een andere staatsraad in de plaats moeten komen. Maar wie?
Het inrichten van een ceremoniëler koningschap verschuift de kernvraag: in welk ongecodificeerd staatsgebruik komt dán de symbolische meerwaarde en invloed van de biechtvader te liggen? Het lijkt mij geen “oplossing” voor iets wat sommigen als een probleem ervaren, namelijk: de biechtvader is niet gekozen, maar geboren in zijn ambt.
Ooit had iemand de slimme gedachte om juist dit argument om te draaien en te stellen dat dit geboren worden in een functie ook nuttig zijn kan: juist iemand die niet verkozen is, die zich niet heeft moeten opwerken in het dolmakende spel dat politiek heet, is bij uitstek geschikt als staatsrechtelijk biechtvader.
Voorshands staat Thorbeckes systeem, met alle organisch gegroeide correcties daarop, recht overeind; nieuwe wetgeving zal geen democratischere regering opleveren, als we daar al behoefte aan hadden.
Idee 16
Het Leidse Academiegebouw is gerestaureerd. Dat moest ook: het dak was aangevreten door kevers. Maar het is niet bij een technische restauratie gebleven, het is ook verbouwd en heringericht. Onderstaand idee gaat alleen over dit laatste en dan met name over de nieuwe meubels.
Allereerst enkele positieve, gelukte kanten: de balken en muren van het Klein Auditorium op de eerste verdieping zijn herbeschilderd in een soort quasimiddeleeuws, gotisch patroontje, dat zijn historische rechtvaardiging vindt in hervonden originele muurbeschilderingen. Lichtelijk zoet, maar gerechtvaardigd. Ook verdient de eregalerij van borstbeelden in wat vroeger buiten was, een glimlach. Dat alles is met liefde en goede zin voor esthetiek gedaan; een aanwinst.
Maar dan de Ikea-invloed! Daaronder valt de inrichting die zo verrassend in ontwerp en zo handig in het gebruik wil zijn en bijgevolg sneller verouderen zal dan een geplukte appel. Deze invloed is onontkoombaar en begint al bij aankomst: de bruin omrande mededelingsborden (Geen rijwielen plaatsen!) en de houten klapdeuren uit de dertiger jaren zijn weggegooid. Ze waren blijkbaar niet functioneel genoeg naar de zin van de binnenhuisinrichter. Kaal gestuukte wanden moeten nu de bezoeker een authentieke gewelvensfeer meegeven; de strak in staal uitgevoerde omlijstingen van de doorgangen ondersteunen deze zin voor gemaakte soberheid, waar alleen het Boeddhabeeld en de geurkaars ontbreken.
Deze zoete en tegelijkertijd zo praktische invloed laat zich het sterkst gelden in het botte feit dat álle negentiende-eeuwse collegebanken op de eerste verdieping verdwenen zijn. Waar zijn ze gebleven? Op de vuilnisbelt, op Marktplaats? In het Klein Auditorium zit het publiek nu op verchroomde, lui zittende stoeltjes; niet een houten collegebank is blijven staan.
De voorheen intensief gebruikte collegezaal van burgerlijk procesrecht was een imponerende ruimte met kerkbanken en een podium voor de docent. Nu is deze zaal op hoogtijdagen een grote verkleedkamer voor professoren en als deze er op alledaagse dagen niet zijn, hangen hun toga’s op knaapjes in glazen vierkante kasten. Ten spijte van de stadhouderlijke schilderijen die uit de bibliotheek zijn gehaald (daar hangt nu niets meer), bekritiseert deze in Ikea-verhulling gestoken vitrinezaal het academisch decorum: toga’s horen in een museum met “spotlicht” (in alle betekenissen).
Waarom moest het onderwijs uit het hart van de universiteit verdwijnen? Waarom is de herinrichting aan de binnenkant niet wát terughoudender uitgevoerd, met meer eerbied voor eerdere inrichtingen? Waarom hebben modieuze argumenten ten behoeve van de uitbating van het gebouw zo’n grote invloed gehad?
De zogenaamde representativiteit waar een bezoeker nu op vergast wordt, in goed Nederlands “design”, is de standaard van Ikea-kabouters die de arbodienst willen plezieren. De restauratie van het Academiegebouw en dan met name ook van het dak is in technisch opzicht kundig uitgevoerd en stemt vrolijk. Echter, de Ikea-invloed op de binnenhuisinrichting is droevig. Ik mis mijn streng zittende collegebanken, waar studenten college kregen van professor Meijers, de ontwerper van het Nederlands Burgerlijk Wetboek.
Ik mis ze heel, heel, heel erg. (geschreven 16 oktober 2009) Dit idee is verschenen in het Leids Unversitair Weekblad Mare op 22 oktober 2009.
Idee 17
Multatuli vormde diens idee 104 aldus:
– ‘Meent ge een genie te zyn?’
– ‘Ja.’
– ‘Die onbeschaamdheid is te geniaal om u niet te geloven.’

Deze stichomythie (met dank aan Leeman en Braet) laat zich eenvoudig herschrijven:
– ‘Meent ge een genie te zyn?’
– ‘Neen.’
– ‘Die bescheidenheid is te geniaal om u te geloven.’
Idee 18
Vertalen is altijd hertalen.
Idee 19
Uranium in Iran: Iranium
Idee 20
Feestboek, Gezichtenboek, Kinderplaatjes-boek,
Kletsboek, Ratel-reutel-keutelboek,
Invallen-boek, Gedachteschetenboek,
Niet-dagboek-boek, Narcissus-boek,
Neplevenboek, Nep-gezichtenboek, Niet-feestboek.
Onboek.
Idee 21
Het wegvallen van het grammaticaal geslacht in het Nederlands zal de zaken versimpelen:
Die meisje, die / die jongen, die / die vrouw die – die is allemaal goed.
Heh, wat heerlijk, lekker simpel!
Idee 22
Het wegvallen van het grammaticaal geslacht in het Nederlands zal zorgen voor herhalingen of nopen tot een andere volgorde:
“De jongen en dat meisje, dat ik een net een kwartier eerder had gezien, liepen verder.” moet dan wel zoiets worden als:
“Die jongen en die ene meisie liepen verder en ik had net die ene meisie een kwartier eerder gezien.”
Idee 37
Privatisering van overheidstaken leidt tot nieuwe, althans andere overheidsuitgaven.
Idee 38
Waar het onderwijs afgeschaft is, wordt het zwaar waden door onwetenheid.
Idee 39
Waar de regering op de algemene culturele vorming beknibbelt, zal de volgende het gebrek niet in een keer kunnen verhelpen. De eerste zal het dan een zorg zijn: haar mannetjes ziten bij de kachel.
Idee 40
Elke politicus wordt per definitie verdacht van een intellectuele lichtheid: denken is niet zo politiek.
Idee 41
Waarom de Regering mensen op posten zet, waarvan zij nooit kaas gegeten hebben, kan slechts de kaas weten.
Idee 42
Democratie de façon Hollandaise contemporaine: van gedogen tot gelogen.
Idee 43
Standenmaatschappij de façon de Klemens Wenzel von Metternich: Tsja, ach, ik weet niet, gaap, ach oooeee. Neen.
Idee 44
Dictatuur de façon stalinienne/hitlerienne: Rennen!
Idee 45
Oligarchie: O schoonmoeder, wilt u nog een kopje thee? Dan bereid ik alvast de gifcapsuul.
Idee 46
Monarchie: iets voor de Fransen.
Idee 47
Directe democratie per knopdruk: dit gaan glad nie werk nie! Welke knop? Twitter? Mailtje? Briefje? Sms? En met welke knop stemmen wij over welke knop? De urn?
Idee 48
Het gebod om zich voort te planten zou nu wel beter uitgelegd kunnen worden met: houdt u in!
Idee 49
Het hele idee om zich ter hoogte van Nederlands breedtegraad te vestigen grenst aan het dolle: koud, waterig en altijd zeerovers. Denkt u zich in: u bent een Batavier. U bent zojuist in dit paradijs binnen en dan? De hele dag hout sprokkelen voor het vuur, de hele dag wilde zwijntjes jagen voor het vlees, de hele dag ooft plukken voor de vitamientjes… En dan, ook nog een kind? O, helaas, zojuist is uw terp overstroomd en meldde zich een Viking. Ach nee: het is zwoegen, sappelen, kopinslaan.
Idee 50
Om recht te doen aan ons volkskarakter zou een standbeeld van Julius Civilis, de Bataafse rebel tegen de Romeinen, uitgerust moeten worden met een oranje opblaaskroon.
Idee 51
De kassière die de klant met één product in de hand begroet met “Deze wordt het?” verdient ter plekke een ferme terechtwijzing gelijk een klap in het gezicht, niet alleen vanwege de povere verwoording, de rammelende grammatica van het verwijswoord “deze”, niet alleen omdat het bevragen van het situationeel overduidelijke tergend werkt, maar vooral omdat de vraag met even veel recht had kunnen luiden: “Hoe durft u met dat ene ding bij de kassa te komen? Komt u maar terug als u méér hebt!”
Idee 52
Het grondwetsartikel inzake de inhuldiging des Konings in de versie van 1815 laat vermoeden dat het aan het begin van de 19de eeuw dikwijls mooi weer moet zijn geweest of dat men voor geen buitje vervaard was, nu de plechtigheid in de buitenlucht plaats heeft. Citaat grondwet, versie 1815:
Vijfde Afdeeling. Van de inhuldiging des Konings.
Artikel 52.
De Koning wordt bij het aanvaarden der Regering plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd, in eene openbare en vereenigde zitting der beide kamers van de Staten-Generaal, welke te dien einde onder den blooten Hemel gehouden wordt; in tijden van vrede heeft deze plegtigheid plaats beurtelings te Amsterdam en in eene der steden van de zuidelijke Provinciën, ter keuze des Konings.
bron: http://nl.wikisource.org/wiki/Grondwet_voor_het_Koningrijk_der_Nederlanden_(1815)
Idee 53
Het bestaan van een “papa emeritus” (een paus met verdienste) naast een “papa emeriturus” (een paus die het nog verdienen moet) stelt de deelbaarheid van Christus’ vertegenwoordiging op aarde in de praktijk vast. Dit feit scheert en schuurt langs de dogmatische vraag van het monotheïsme.
Idee 54
Homo sapiens: een intergalactische soa.
Idee 55
Het leven: een geschonken opdracht, een bevel zonder weerga.
Idee 56
De verplichting om op de seconde precies te bidden, zoals deze op sommige Islamitische webstekken in de vorm van vaste gebedstijden wordt doorgegeven, waarbij zelfs tussen bijvoorbeeld Amsterdam en Den Haag twee minuten verschil wordt gezien, stelt de Mohammedaan in dit gps-gestuurde tijdperk voor fundamentele en prozaïsche vragen – je zult maar nét op de snelweg rijden.
Idee 57
Denkend aan Kniertje: De chocola wordt duur betaald!
Idee 58
Denkend aan Kniertje: Het coltan wordt duur betaald!
Idee 59
Denkend aan Kniertje: De palmolie wordt duur betaald!
Idee 60
De comperatief, en bijgevolg de superlatief, van het absolute bijvoeglijke naamwoord “dood” is als ironisch-cynisch stijlmiddel heel wel mogelijk:
– Is hij dood?
– Jah… Doder kan niet!
– Ojaaaa, ik zie het! Dit is wel de doodste hamster die ik ooit gezien heb.
Idee 61
Gelet op straten en stoepen, zijn zindelijke* buren een uitloopmodel.
* Zindelijk in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, betekenis 6: gesteld op reinheid en hygiëne.
Idee 62
Frans: een taal waarin de liefde mannelijk en de maan vrouwelijk! Donc, celle-ci qu’il nous faut étudier!
Idee 63
Dat al het gewetene menselijk is, mag tot existentiële twijfel stemmen en even grote geruststelling.
Idee 64
Het verstand wordt hogelijk overschat; het gevoel eveneens.
Idee 65
Rouwbeklag voor volwassenen in de vorm van knuffelbeertjes lijkt pathologisch geworden in een zich mondain re-ritualiserend tijdsgewricht. — De beren kunnen daar ook niets aan doen.
Idee 66
Politieke opvattingen zijn, in de likjes-mediademocratie, veelal sociaal overdraagbare aandoeningen, welker oppervlakkigheid slechts vaagjes herinnert aan zelfstandige meningsvorming.
Idee 67
Woorden als awkward en chill in een in het Nederlands gevoerd gesprek zijn, in tegenstelling tot het beoogde effect, een duidelijke aanwijzing voor onvolwassenheid, onbeschaafdheid en onkunde, waarmee alleen peuters en scholieren nog enigszins weg komen.
Idee 68
Het tragischte in het alledaagse zijn dingen die kapot of zoek of op raken. Van een grote afstand bezien, gebeurt dat met alles. — Ik zei al, het is tragisch.
Idee 69
Het uitstromen der rechtenfaculteit na college is adembenemend, vooral als schone jongelingen, die toch alleen al op grond van hun stralend en schrander en welbesneden uiterlijk van verstand en geestigheid en puik oordeelsvermogen moeten verdacht kúnnen worden van intelligentie, gevolgd worden door gedweeë bakvissen die onnavolgbare en dodelijke woorden als “Ik heb al bij Center Parcs * geïnformeerd” uitkotsen als likkende lava tot beteugeling aller oorspronkelijke gedachten, als castrerende tangen die klotsen als slurpende smorende gloek-gloek-boeien die leien naar lala-land, als, als, als…! O, waanzin! — In voorkomende gevallen is snakken naar asem geoorloofd, zo niet geboden.

* Center Parcs: Ogenschijnlijk een kleinburgerlijke verzameling van huisjes, zwem-, friet- en danskotten, met de kennelijke bedoeling de mensen een zogenaamd vrijafje te geven; in werkelijkheid echter niets anders dan een door hebzucht gedreven geitenboerderij die te veel kost. — Men blijve er verre van.
Idee 70
Evenredig met de wereldwijde migratiestromen groeit de juridische druk om telkens tot herinterpretatie van de zinsnede “met gegronde vrees tot vervolging” te komen, waardoor het begrip “vluchteling”, in de zin van het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen 1951, in beginsel verandert. — Dat kan goed zijn.
Idee 71
Een bril waardoor het gezicht van elke medemens die men niet wil zien, veranderd wordt in een kop van een kat, hamster of schoothond, zou een verbijsterend verkoopsucces zijn.
Idee 72
De kerkgang is in Nederland vervangen door festivalbezoek. Wij belijden onze dans, onze grote dans. Het door deelnemers ervaren voordeel van deze quasi-piëteit is het totale gebrek aan schuld, schaamte en stilte.
Idee 73
Het is nooit geestig om persoonlijke ergernisjes over publieke personen bot te vieren op het wereldwilde web in ironisch-sarcastische hyperbolen, omdat het uiterst gemakkelijk is. Zo kan men met goed fatsoen niet stellen dat: Mart Smeets een groot wijsgeer is, omdat voornoemde nooit neuzelt of kletst of zwetst, omdat hij het gewichtigste knooppunt van alle hoogst belangrijke commentaren op en weetjes over de commentaren op en weetjes over de familie- en vriendenkring van sporters is. — Nee, zoiets kan niet.
Idee 74
“No heaven […] no countries […] no religion […] no possessions…”
Imagine is a song written and composed in an epiphanic state of mind, staring in absolute awe at absolute nothing. One might say, they were as stoned as a bat.
Idee 75
De vrije informatietoegang via het internet heeft niet dié volksverlichting en democratiserende verdieping, laat staan beschavingsstoot, gebracht, welke bij de oprichting der volksencyclopedie Wikipedia was verwacht en verhoopt. Dat is weinig verrassend: zoeken vergt uitgangskennis. Men ga naar school.
Idee 76
In het wereldwijd bewaren van een verantwoord ecologisch evenwicht — met andere woorden: een bestendig evenwicht tussen consumptieve behoeften en natuurlijke bronnen — zal de mens onvermijdelijk falen, omdat de mens als ecologisch onderdeel zichzelf zal moeten matigen, waarop geen enkel bestendig uitzicht bestaat, gelet op de aard van dit wezen, dat zich zonder aarzeling blijft voortplanten in de waan dat het recht op alle gemakken, zoals auto’s, vliegtuigen, verre reizen, maar ook goedkope, industriële gebruiksgoederen, waaronder vlees en kleding (palmolie, soja, katoen, kunststoffen, enz.), onvervreemdbaar en vanzelfsprekend is, zónder de factor natuur te willen compenseren, zolang hij van de vervuiling geen last heeft. — De mens handelt pas als het water hem letterlijk aan de eigen lippen staat.
Idee 77
De kerstgedachte lijkt tegenwoordig voornamelijk in de tuincentra beleden te worden in afgetrokken vormen zoals daar zijn: knipperkransen, spuitsneeuw en bamboebomen. — Welterusten!
Idee 78
Buitengewoon grote religiositeit wordt niét gevoed door piëteit, maar eerder door ketenende wanen, welker mogelijk giftig construct veelal sociaal-economische belangen dient. Bijgevolg zijn de publiekelijk ten toon gespreide uitingen van zulke geloofsrichtingen, in kleding, gedrag of aanbidding, nauwelijks vroom te noemen.
Idee 79
Politici zijn soapspelers op autocue in een door- en doorgerepeteerd mediaspelletje van povere kwaliteit.
Idee 80
Gemalen neushoornhoorn als potentiemiddel; je zou denken dat het ééns uitkomt dat het geen ruk helpt.
Idee 81
Homo antecessor voedde eigen kinderen op en at die van anderen. De tweespalt voeden en eten zit de mens als overlevingswijze en krijgsvoering in de genen.
Idee 82
Het schijnbaar morele gelijk waarmee sommigen het wapen der politieke correctheid in stelling brengen, slaat elke open gedachte-uitwisseling bij voorbaat monddood. Bijgevolg is zulke correctheid het stomste wapen.
Idee 83
Sociale media (bestaan er asociale media?) als Facebook, Twitter, Instagram, enz. bevorderen verdomming, omdat zij meestentijds het reeds bekende en door “vrienden” meermaals bevestigde herhalen tot in de treurigheid en dit met een snelheid die aan buikloop grenst.
Idee 84
Het woord “participatiesamenleving” is een pleonastisch neologisme, dat, op grond van zijn juridische vaagheid en grammaticale stijlloosheid, waarschijnlijk uit het beregende denkraam van een manager is gevallen. Ik leef met hem mee.
Idee 85
“Belediging” behoort niet in het strafrecht, omdat het gevoel “beledigd te zijn” geen publieke genoegdoening nodig heeft: de derde, die buiten het conflict staat, in wiens naam het OM optreedt, heeft niet zó’n duidelijk belang dat een publieke bestraffing van de vermeend beledigende gerechtvaardigd is. Indien men meent van wel, overschat men de corrigerende werking van het strafrecht in dit tijdsgewricht, waarin langs elektronische weg, oneindig gemakkelijk en oneindig veel, de gedachte-uitingen zich kunnen kopiëren, tot op de wilde beesten af. En dat overwegende zou de vermeend beledigde genoegen moeten nemen met een civielrechtelijke actie uit smaad en laster (schadevergoeding). “Opruiing” daarentegen, het delict waarbij duidelijk derden betrokken worden, is reeds strafrechtelijk bedreigd. — En trouwens, je beledigd voelen is werkelijk, heel, heel, héééél tuttig.
Idee 86
Gelet op woord- en onderwerpkeuze deelt de NOS-redactie haar personeelsleden met die van Viva en Vriendin. – Heerlijk pathetische niemendalletjes ter vermaak zonder lering, maar persoonlijk. Zeker. – Suikerspinnenzoet in de jij-vorm, gif om te slapen terwijl de wereld woedt.
Idee 87
Het klopt dat ik iedereen die “wij” in de mond neemt, als sprake hij in mijn naam, een sok in de mond zou willen stoppen. Het is alleen dit nuchtere besef dat er geen beginnen aan is, omdat deze wij-pestilentie te wijd verspreid is. “Wij” moeten eens ophouden voor een ander te willen denken en spreken, zou ik bijna geschreven hebben.
Idee 88
De Europese Raad is een anomalie in het Europese staats- en bestuursrecht, welker bestaan de Europese Unie in haar kinderschoenen kenmerkt en wel hierom! De Raad is een mede-uitvoerend orgaan van de EU geworden, naast de Europese Commissie, terwijl hij bedoeld was als onderonsje voor nationale regeringsleiders, “om de boel vlot te trekken”. Echter, puur en alleen al uit het bestaan van twee uitvoerende organen blijkt het democratische en legitieme tekort binnen de EU, dat op de langen duur verlamt: de organen concurreren met elkaar, om invloedssfeer en doorzettingsmacht.
Naar Nederlandse verhoudingen vertaald zou dit betekenen dat het dagelijks bestuur der Vereniging van Gemeenten openlijk bekvecht met de nationale regering. Met dien verschil dat Nederlandse burgemeesters op dezelfde manier zijn aangesteld; regeringsleiders van de Europese lidstaten zijn regeringshoofden geworden dankzij geheel verschillende, nationale wetten.
Er ligt één duidelijke oplossing voor de hand die het debat binnen het Europees Parlement en daarmee de legitimiteit van het Europese experiment vooruit helpt: de Europese Commissie weer tot enig uitvoerend orgaan te maken. De Europese Raad kan dan weer worden wat hij was: een onderonsje.
Ook onder die duidelijkere, traditionele staats-bestuursrechtelijke constructie blijft het mogelijk dat regeringsleiders van nationale staten (de Nederlandse burgemeesters in de vergelijking) bij elkaar komen, waar en wanneer zij willen, om “de boel vlot te trekken.”, mocht dat nodig zijn.
Hiermee is niets gezegd over de politiek omstreden onderwerpinhoudelijke soevereiniteitsoverdracht van nationale parlementen naar het Europese parlement: het bovenstaande ontmaskert de Europese Raad als anomalie.
Idee 89
Het bewust afstorten van zwaar radioactief afval in zee, of het bewust afpompen van radioactief water, zoals dit dagelijks doorgaat in de Britse en Franse wateren in de nabijheid van de opwerkingsfabrieken — met medeweten van de betreffende overheden — zal op den duur niet alleen een ecologische ramp worden, maar juridisch bezien, in veler ogen een misdaad tegen de menselijkheid, waarop privaat-publieke vorderingen zullen worden gegrond. Deze toekomstige schadevergoedingsacties tegen de staat, die uiteindelijk toegewezen zullen worden, zullen in het licht van het geleden en het helaas te lijden leed in de vorm van definitief verworven en door te geven erfelijkheidsschade, niets anders dan dan een centje tegen het bloeden zijn.
(geschreven herfst 2016)
Idee 90
Gelet op de opkomst van politici, wier cultuurkapitaal vooral in oppervlakkigheid blinkt, kan gesteld worden dat de representatieve democratie uitstekend werkt: beperkt cultureel ontwikkelde, ideologisch verblinde, cognitief dissonante, zichzelf overschreeuwende, niet door enige kennis geremde geesten verdienen dezelfden. — Hopeloos en representatief.
Idee 91
Het in verenigingsverband belijden van het atheïstisch standpunt, dat wil zeggen, het samenkomen en opnieuw uitleggen, het herlezen van de argumenten die pleiten voor het niet-bestaan van een god, is religieus van aard: religio is het herlezen der schriften, de vergaring.
Idee 92
Mugggen, bavianen, meerkoetjes, horzels, zilver- en papiervisjes, motten, aziatische lieveheersbeestjes, amerikaanse brulkikkers, ratten, stafylokokken, alsmede andere ongezellige dieren, wel of niet aan te duiden als “homines sapientes”, zijn ondermaanse grappen.
Idee 93
Het nieuws is ouds.

(Deze tekstjes stonden eerder als zelfstandige bladzijde op deze webstek)